fotohoogendoorn.nl
fotohoogendoorn.nl
  • Publicatie 10-01-2023

Aanbod voor startende trainers: “Gaat om de basis”

Elk jaar starten weer honderden vrijwilligers als jeugdtrainer. Een beginnerscursus- of opleiding kan hen goed helpen bij de eerste trainersstapjes.

Als trainer ben je voor een groot deel verantwoordelijk voor het plezier en de ontwikkeling van jeugdspelers. Je bent voor een kind hét gezicht van de club. Als jij weet hoe je met een groep moet omgaan en hoe je een volleybaloefening uitzet, vinden kinderen volleybal nog leuker en blijven ze langer lid. Om al die vaders, moeders en jeugdleden zonder trainerservaring toch wat handvatten te geven, biedt de Nevobo via volleybalopleidingen.nl en de Volleybal Trainers Academie (volleybaltrainersacademie.nl) verschillende opleidingen zoals de beginnerscursus, VT2 en de VT3-opleiding aan.

Vrijwilligers
Pim Scherpenzeel is één van de vier ondernemers die gezamenlijk volleybalopleidingen.nl zijn gestart. Jaarlijks verzorgen hij en zijn collega’s opleidingen voor vierhonderd tot vijfhonderd beginnende trainers en dus kent Scherpenzeel als geen ander het belang van een stukje begeleiding. “Bijna alle verenigingen draaien voor een groot deel op vrijwilligers, ook wat betreft trainers. Voor een vereniging is het natuurlijk heel prettig als mensen bereid zijn iets te doen voor de club, maar als je kinderen op een goede manier wil begeleiden, zul je daar toch enige kennis van moeten hebben. De kwaliteit van de training is namelijk bepalend of iemand volleybal leuk vindt en wil blijven volleyballen.”

Met ‘de kwaliteit van de training’ doelt Scherpenzeel niet direct op het overbrengen van de juiste volleybaltechniek of het voorkauwen van concrete oefeningen. “Dat denken veel beginnende trainers, die komen naar de beginnerscursus met de verwachting dat ze wat gaan leren over de techniek of dat ze kant-en-klare oefeningen meekrijgen. Dat verwachtingspatroon proberen we te doorbreken. Het is juist heel belangrijk dat je weet hoe je voor een groep moet staan en dat je oefenstof altijd op je eigen doelgroep moet afstemmen. Natuurlijk is het goed om inspiratie op te doen door naar andere trainers te kijken of door op oefeningen te zoeken op internet, maar je kunt ze niet zomaar blind kopiëren. Op dat vlak proberen we de deelnemers een paar basisbeginselen mee te geven.”

Van ‘niks’ naar ‘iets’
In de beginnerscursus hebben Scherpenzeel en zijn collega’s daar twee workshops de tijd voor. De VT2-opleiding bestaat uit vijf bijeenkomsten. “In twee of in vijf dagdelen kun je natuurlijk niet een goede volleybaltrainer maken van iemand die nog nooit een training heeft gegeven. Dat is ook niet het doel. Het gaat echt om de basis, waarmee we van ‘niks’ naar ‘iets’ willen gaan. Een aantal deelnemers volleybalt zelf of heeft gevolleybald, maar sommige ouders hebben nog nooit een bal geslagen en hebben dus ook geen ervaring met eigen volleybaltrainers. Hen kun je het meeste helpen. Bij zo’n beginnerscursus zijn de mensen nog hartstikke leergierig en willen ze allemaal hulp bij het neerzetten van een goede training. Voor ons als opleiders is dat eigenlijk het meest bevredigend. Naderhand zijn de reacties ook altijd positief. Deelnemers geven telkens weer aan dat ze iets hebben geleerd waarmee ze verder kunnen en waardoor ze wat beter beslagen ten ijs komen bij de volgende trainingen. Natuurlijk stimuleren we de deelnemers dat ze na de beginnerscursus wel bezig blijven met het vak, dat ze kritisch blijven kijken naar hun eigen functioneren en bijvoorbeeld doorstromen naar de VT2-opleiding.”

Clubliefde
Ine Klösters spreekt als oprichter van de Volleybal Trainers Academie – waarmee zij net als volleybalopleidingen.nl ieder seizoen zo’n vierhonderd tot vijfhonderd jeugdtrainers opleidt - woorden van gelijke strekking. Volgens haar is het belang van een opleiding voor beginnende trainers simpel: “Je hebt als nieuwe trainer gewoon geen idee wat je moet doen. De reden dat ik ooit ben begonnen met training geven, is omdat ik volgens de vereniging toch altijd al aanwezig was in de hal tijdens de trainingen van – toen nog – minivolleybal. Dat is natuurlijk geen kwalificatie, maar uit clubliefde zei ik ‘ja’. Zo rollen nog steeds heel veel trainers erin. Maar zij zeggen dan ook allemaal al snel: kinderen zijn lastig. Hoe leer ik hen iets aan? Hoe krijg ik ze in beweging? Ja, dat weet je niet als er opeens een groep voor je neus staat. Een basisschoolleraar gaat niet voor niets eerst vier jaar studeren voordat hij een klas onder zijn hoede krijgt. Bij volleybal hebben we het over dezelfde kinderen, maar dan sta je daar als trainer zonder enige kennis.”

Om die trainer toch enige handvatten mee te geven, zijn de beginnerscursus en de VT2-opleiding erg geschikt. Je komt in aanraking met de belangrijkste principes van het trainersvak, waardoor de trainingen voor zowel jezelf als voor de kinderen leuker worden. Met het aanbod voor beginnende trainers beperkt de Nevobo het kaderverloop en vermindert het de uitstroom van spelers. Klösters: “Als je de trainer met een eerste cursus wél op weg helpt door hem of haar te inspireren en enthousiast te maken, als je laat zien hoe leuk het is om training te geven en hoe relatief makkelijk het kan zijn, weet je op de eerste plek de trainer te behouden”, vervolgt Klösters. “Dat is fijn voor de vereniging. Minstens zo belangrijk is dat de kinderen op de juiste manier training krijgen, waardoor ze plezier in het spelletje hebben en het goed aangeleerd krijgen. Daardoor willen ze het ook blijven spelen als het tempo na hun twaalfde omhooggaat.”

Pedagogische kennis door middel van volleybal
In de beginnerscursussen die Klösters en haar Volleybal Trainers Academie-collega’s verspreid door het land geven, is de pedagogisch-didactische kant het belangrijkste. “Maar daar laten we de trainers wel kennis mee maken door middel van volleybal. Dat werkt goed. We voeden de trainers met gedachtegoed over hoe je een training kunt geven, zodat ze zelf weer oefeningen kunnen bedenken én in staat zijn om die in de training op een goede manier te begeleiden. Bij de VT2-opleiding breiden we het fundament voor de trainers nog wat uit, krijgen ze iets meer theorie en willen we ze stiekem al een beetje sturen richting een eigen filosofie. Iedere trainer is namelijk anders, maar dat moet je wel voor jezelf ontdekken. De één werkt liever met puberende jongens, de ander past beter bij heel jonge kinderen. Zoals Pim al zei: je moet niet zomaar alles kopiëren. Het is in het belang van jezelf én in het belang van de doelgroep dat je bij elkaar past. Vanuit daar kun je je als trainer weer verder gaan ontwikkelen, maar alles begint met de beginnerscursus. Daar moet je geïnspireerd raken.”

Het vuurtje aanwakkeren
De reacties op de beginnerscursus zijn ook bij Klösters gelukkig ronduit positief. De Nevobo heeft daarmee aanbod dat goed aansluit bij de eerste stap die trainers moeten zetten. Klösters: “Deelnemers vinden het vaak veel leuker dan ze dachten. Bij een cursus denken ze aan een paar uur lang stilzitten, maar uiteindelijk zijn ze de volle drie uur actief in de zaal met vraagstukken waar zij in de praktijk zelf tegenaan lopen. Daarnaast zeggen ze vaak dat ze veel inspiratie hebben gekregen en dat ze nu opeens inzien waarom bepaalde dingen tijdens een training gebeuren. En het mooiste wat je naderhand kunt horen, is als ze vragen wanneer ze met de VT2-opleiding kunnen starten. Gemiddeld is dat zo’n zeventig procent van de deelnemers en toch voelt dat iedere keer weer als een cadeautje. Dan denk ik: we hebben het vuurtje weten aan te wakkeren bij die startende trainer, het zaadje is geplant. Dát is wat wij als opleiders moeten doen, zodat de nieuwe trainers het vonkje ook weer kunnen laten overspringen op de kinderen. Op die manier blijft volleybal voor iedereen, zowel voor de beginnende trainer als voor de jeugdspelers, voor altijd leuk.”