
Dagvoorzitter Laura Dijkema: ‘Thema spreekt mij enorm aan’
Laura Dijkema maakt op 30 mei haar debuut als dagvoorzitter van het Nationaal Volleybalcongres. De 443-voudige international kijkt uit naar de jaarlijkse inspiratiedag op Papendal voor iedereen die zich inzet bij een vereniging. “Ik kan vanuit mijn eigen ervaring als spelverdeelster de link leggen naar het belang van het samen doen.”
Dijkema neemt het stokje over van tv-persoonlijkheid Frank Evenblij, die vorig jaar de aanwezigen door hét evenement voor bestuursleden, technisch kader, trainers, coaches, vertrouwenscontactpersonen en vrijwilligers leidde. “Dat zijn grote schoenen om te vullen”, zegt Dijkema met een glimlach.
Toch heeft ze al een goed beeld gevormd van haar rol en wat haar inbreng kan zijn op deze dag, die verder worden gekenmerkt door interessante workshops, boeiende sprekers en interactieve sessies.
De vereniging van morgen
Het thema van het Nationaal Volleybalcongres 2026 is ‘De vereniging van morgen’. Net als elke andere volleyballer begon ook Dijkema bij een vereniging. In haar geval was dat Smash Beilen, waarna ze overstapte naar DOK Dwingeloo. “Een familieclub in een klein dorp, waar iedereen elkaar kent en de passie voor sport groot was.”
Ook haar club leunde op vrijwilligers. “Ze zijn onmisbaar voor elke club. Daar draait een vereniging op, ook in de toekomst. Dus wat dat betreft is het thema voor het Nationaal Volleybalcongres goed gekozen. Hoe zorg je ervoor dat je voldoende vrijwilligers en trainers hebt en hoe houd je jouw club hecht, en creëer je een omgeving waarin de leden elkaar veel gunnen en veel voor elkaar over hebben, zoals ik dat heb meegemaakt. Dat is de basis van elke vereniging.”
Praatje maken
Zelf droeg ze daar als junior ook een steentje aan bij. “Ja, ik was natuurlijk ballenmeisje bij ons eerste damesteam, maar ik herinner me ook dat we als jeugdleden langs de deuren gingen voor de Grote Clubactie.”
Later, bij de grote clubs waar ze speelde en bij het nationale team, zag Dijkema ook dat vrijwilligers onmisbaar zijn. “Ik heb altijd geprobeerd om daar oog voor te hebben. Dan stond er bijvoorbeeld een beveiliger of vrijwilliger voor de deur van de kleedkamer, daar maakte ik dan altijd wel een praatje mee, want zo’n man of vrouw offerde zich op en zag helemaal niets van de wedstrijd. Bij het Nederlands team nam ik ook mijn petje af voor de vele vrijwilligers, die leerde je op een gegeven moment wel kennen. Het was een soort familie.”
Belangrijk onderdeel
Dijkema put op zaterdag 30 mei daarom ook uit haar eigen ervaring om de haakjes te maken bij de verschillende onderdelen van de dag. “Als spelverdeler stond je in het team niet altijd op de voorgrond, want je maakte de punten niet, maar je was zoals elke speler toch een belangrijk onderdeel van het hele team. Die parallel trek ik ook naar het verenigingsleven. Vrijwilligers zijn vaak niet de mensen die opvallen en je mist ze pas als ze er niet zijn.”



