
Draai het eens om: we zijn het waard!
Iedere penningmeester zal het herkennen. Bij het opstellen van de begroting beginnen we steevast met het uitschrijven van de kosten. Zaalhuur, ballen, trainersvergoedingen en de bijdrage aan de Nevobo. We tellen alles op en zuchten even omdat alles weer duurder is geworden. Dan rekenen we het vervolgens rond naar de hoogte van de contributie. Alsof we een noodzakelijk kwaad zijn dat zo efficiënt mogelijk moet draaien.
Maar wat als we het eens omdraaien?
Wat als we niet beginnen bij kosten, maar bij waarde?
Dat is waarde
Want wat leveren we eigenlijk aan onze leden? We leren kinderen en jongeren niet alleen een pass, smash of service. We leren ze samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en leren omgaan met winst én verlies. We laten ze ervaren dat fouten maken geen falen is, maar een voorwaarde om beter te worden. En we geven ze de ruimte om zichzelf te laten zien, om letterlijk en figuurlijk hun plek in te nemen. Dat is geen kostenpost. Dat is waarde.
Vriendschappen
Volleybal draagt voor jong en oud bij aan fysieke fitheid. Maar misschien nog wel belangrijker, het draagt bij aan mentaal welzijn. In een tijd waarin prestatiedruk en individualisering toenemen, bieden wij een plek waar je onderdeel bent van een team. Waar je gezien wordt en oog is voor sociale veiligheid. Waar vriendschappen ontstaan die soms een leven lang meegaan. Dat is geen sluitpost. Dat is waarde.
De samenleving lijkt de waarde van sport steeds meer te gaan inzien. Mensen zijn bereid te investeren in hun gezondheid, in hun sociale leven en onderschrijven de belangrijke waarde van sport. Waarom zouden wij dat zelf dan niet doen?
Solidariteit
Dat betekent overigens niet dat we onze ogen sluiten voor toegankelijkheid. Integendeel. Juist als je denkt vanuit waarde, besef je hoe belangrijk het is dat iedereen kan meedoen. Solidariteit blijft een fundament van onze sport. We zorgen voor elkaar, ook voor wie het financieel lastiger heeft. Maar solidariteit betekent niet dat we onszelf structureel moeten onderwaarderen.
Misschien moeten we als volleybalclubs wat vaker hardop durven zeggen wat we waard zijn. Niet onze bijdrage relativeren, maar benoemen wat we bijdragen. Aan mensen. Aan gemeenschappen. Aan de samenleving.
En ja, dat mag ook betekenen dat we voortaan onze begroting anders opstellen. Dat we starten bij de waarde en vanuit daar de contributie bepalen. Dat geeft meteen ook ruimte om die waarde verder te vergroten door te investeren in nieuwe ballen, shirts of een feest waar nieuwe vriendschappen voor het leven zullen ontstaan.
Joëlle Staps is algemeen directeur van de Nevobo en laat maandelijks in een column op deze website haar licht schijnen over de ontwikkelingen in de volleybalsport en bij de volleybalbond.



