
Allemaal onder één dak, iedereen hoort erbij
Twee weken geleden bezocht ik in Cortina d'Ampezzo de Paralympische Spelen. Tussen de wedstrijden door raakte ik in gesprek met iemand uit de internationale sportwereld. Terloops zei hij iets dat bleef hangen: Nederland is één van de vijf landen ter wereld waar de paralympische sport écht geïntegreerd is in de olympische familie.
Eén van de vijf.
Het was zo’n opmerking die je eerst hoort en pas later écht tot je doordringt. Want eerlijk is eerlijk, in Nederland vinden we het inmiddels heel normaal dat paralympische sporters onderdeel zijn van TeamNL, hun trainingen afwerken op Papendal, gelijke ondersteuning krijgen en met dezelfde trots Nederland vertegenwoordigen. Het voelt niet als iets bijzonders, het voelt als hoe het hoort.
Maar daar, in Cortina, realiseerde ik me dat dit dus helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Sterker nog, wat wij als standaard zien, is internationaal de uitzondering.
Die integratie stopt niet bij NOC*NSF, maar wordt doorgetrokken naar bond en club. De volleybalsport is daar een mooi voorbeeld van. Het zitvolleybal is al lang geen aparte wereld meer, maar een volwaardige discipline binnen Nevobo en de verenigingen.
Steeds meer clubs starten met het aanbod van zitvolleybal. Soms vanuit praktische overwegingen, maar zeker ook vanuit overtuiging. Altijd met hetzelfde effect: sporters met en zonder beperking trainen onder hetzelfde dak, bij dezelfde club, als onderdeel van dezelfde gemeenschap. Iedereen mag en kan meedoen, met of zonder beperking.
Dat lijkt misschien een klein detail, maar het is allesbepalend.
Want het betekent dat iemand met een beperking (of blessure) niet een andere wereld in hoeft om te kunnen sporten. Geen aparte circuits, geen aparte identiteiten, geen grote reisafstanden. In plaats daarvan is er één sportwereld, waarin verschillende vormen naast elkaar bestaan.
Misschien is dat wel de grootste kracht van hoe wij het in Nederland en in het volleybal hebben ingericht. Niet de medailles, niet de systemen, maar de vanzelfsprekendheid. Het idee dat sport van iedereen is en dat je daar dus ook samen vorm aan geeft.
Toen ik terugdacht aan dat gesprek in Cortina, maakte me dat ook trots. Niet omdat we het beter doen dan anderen, maar omdat we iets hebben opgebouwd dat werkt. Iets dat verbindt.
En misschien nog wel belangrijker; iets dat ervoor zorgt dat niemand aan de zijlijn hoeft te blijven staan, simpelweg omdat hij of zij in een andere categorie valt.
Dat is geen detail. Dat is de kern van sport.
Joëlle Staps is algemeen directeur van de Nevobo en laat maandelijks in een column op deze website haar licht schijnen over de ontwikkelingen in de volleybalsport en bij de volleybalbond.


