
Atleetontwikkelmodel
Om structureel tot de wereldtop te behoren, is een continue doorstroom van talentvolle spelers naar het hoogste niveau essentieel. Die doorstroom ontstaat niet vanzelf; daarvoor is een sterk topsportsysteem nodig waarin sporters op het juiste moment de juiste ondersteuning krijgen.
Het atleetontwikkelmodel
Om daar richting en samenhang in aan te brengen, werken we met een atleetontwikkelingsmodel. Dit model – bestaande uit tien fasen van beginner tot expert - vormt ons overkoepelende kader voor het herkennen, ontwikkelen en begeleiden van sporters richting internationaal succes.
Overkoepelend geldt dat we in de Fundamentfasen (t/m 14 jaar) een sterke, brede basis leggen, in de Talentfasen (14–20 jaar) de focus geleidelijk verschuiven naar gericht keuzes maken om beter te worden, en in de Elitefasen (20+) pas gaan voor presteren op het hoogste niveau.
Het model vormt de kapstok voor zowel de sporttechnische opleiding als de opbouw van onze programma’s. Zo koppelen we aan elke fase een profiel, een plan en een plek en creëren we een doorlopende ontwikkellijn waarin sporters stap voor stap kunnen doorgroeien naar de top.
Langetermijnaanpak
De toppers van de toekomst hebben een lange weg te gaan voordat zij op het hoogste podium staan. Om dat eindpunt te bereiken, moeten zij zich over de jaren heen blijven ontwikkelen. Binnen ons topsportsysteem richten we ons daarom niet op vroeg pieken of snelle winst, maar hanteren we een langetermijnaanpak die sporters duurzaam laat doorgroeien tot internationale topspelers.
De opbouw naar duurzaam succes vraagt om tijd, geduld en het lef om direct resultaat uit te stellen. Zo zorgt een volwassen topsportaanpak misschien voor snellere vooruitgang en winst op zaterdag, maar kan dit bij jeugd de ontwikkeling over de jaren heen juist dwarsbomen. Sporters die te vroeg, te veel en te eenzijdig trainen in een omgeving waar presteren de boventoon voert, lopen een groter risico op blessures, ervaren vaker prestatiedruk, verliezen sneller het plezier en haken uiteindelijk eerder af. En wie uitvalt, bereikt nooit de top.
Daarom is het cruciaal om op het juiste moment de juiste accenten te leggen. We doen dat stap voor stap, en houden daarbij rekening met de verschillende ontwikkelingsfasen die opgroeiende sporters doormaken. In onze langetermijnaanpak vormen de volgende vijf uitgangspunten de basis voor hoe we bouwen aan duurzaam succes:
Niemand bereikt de wereldtop zonder jarenlange training. Daarom is het essentieel dat sporters blijven komen opdagen. De passie voor het spel, het plezier en de intrinsieke motivatie zijn de brandstof voor langdurige inzet, toewijding en ontwikkeling. We versterken dit in élke fase door te zorgen dat sporters zich vaardig voelen, een sterke verbinding met hun team en coaches ervaren, en de ruimte voelen om zelf keuzes te maken.
Een brede motorische basis biedt voordelen, óók voor toekomstige topsporters. Tot minimaal veertien jaar moedigen we sporters aan om naast volleybal ook andere sporten te beoefenen, en wordt binnen de volleybaltrainingen expliciet aandacht besteed aan het ontwikkelen en onderhouden van fundamentele beweegvaardigheden. Daarnaast laten we sporters trainen en spelen op alle posities, om vervolgens vanaf ongeveer zestien jaar meer focus te leggen op specifieke disciplines en posities.
Kinderen en tieners behoeven een andere trainingsaanpak dan volwassenen. Ze ontwikkelen zich grillig, zijn minder belastbaar op bepaalde momenten extra gevoelig voor specifieke prikkels. Daarom bouwen we, passend bij de ontwikkelingsfase, trainingen stap voor stap uit in duur, frequentie en intensiteit, maar ook in vorm en focus. Zo laten we kinderen spelenderwijs leren en ontdekken, terwijl in de tienerjaren de focus geleidelijk verschuift naar doelbewust trainen om beter te worden. Vanaf ongeveer zestien jaar gaan sporters steeds meer (leren) trainen en leven als topsporters
Hoe ouder sporters worden, hoe meer ze op eigen benen moeten leren staan. Daarom helpen we hen geleidelijk de verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling. Dit doen we met gepaste ondersteuning, zonder de weg volledig vrij van obstakels te maken. Waar sporters als kind vooral volgen en meedoen, betrekken we hen vanaf de puberteit steeds actiever in hun eigen ontwikkeling. Ze krijgen de ruimte om zelf te beslissen, fouten te maken en met oplossingen te komen. Daarmee bevorderen we hun leerproces, betrokkenheid en zelfredzaamheid, zodat ze met vertrouwen de uitdagingen van topsport aangaan, en hun eigen koers kunnen bepalen op en naast het veld.
Het winnen van wedstrijden is leuk, maar voor jeugdsporters geen doel op zich. Voor hen zijn wedstrijden in de eerste plaats een middel om vaardigheden te ontwikkelen en waardevolle ervaringen op te doen. Het gaat niet om snel of direct resultaat, maar om beter worden. We stimuleren hen bijvoorbeeld om nieuwe technieken toe te passen en zelf oplossingen te vinden. Pas vanaf achttien jaar verschuift de focus geleidelijk naar presteren en winnen.